· 

De Liefde, deel 2

 

 

Vorig weekend maakte ik bekend – onder een breder publiek dan alleen mijn vader – dat ik een blog was begonnen.

 

Uiteraard koppelde ik een Google Analytics account aan mijn blog.

 

En wat bleek: jullie zijn allemaal net zulke hopeloze romantici als ik.

 

Want de pagina over De Liefde werd het meest bekeken.

 

Dus, tada, speciaal voor jullie: de liefde part two.

 

Ik wil in dit artikel iets dieper ingaan op deze passage: “Nou ken ik veel koppels, stelletjes, tortelduifjes, echtparen, en mijn observatie zegt mij: zo’n gelukkige relatie hebben zij helemaal niet. En waarom?”

 

Ik wil graag beginnen met de volgende nuance: ‘geluk’ is natuurlijk super subjectief. Wat voor mij geluk* in een relatie is, is voor de ander de hel. Dat betekent dat er ook niet zoiets bestaat als ‘de gelukkige relatie’. Maar waar ik op doelde: ik denk dat veel mensen in een relatie zitten, misschien blijven hangen, terwijl ze – als ze heel eerlijk zijn – daar eigenlijk niet zo heel blij zitten te wezen**. Dit baseer ik niet op enkel mijn observaties, neen. Dit baseer ik ook deels op wat ik hoor om mij heen, opmerkingen die mensen maken en de manier waarop mensen binnen een relatie met elkaar omgaan.

 

Wij mensen hebben een tomeloze overlevingsdrang én een bewustzijn van de dood. Wij mensen willen veiligheid en geborgenheid, én onze lust gevoelens beantwoorden. Wij willen autonoom zijn, én verbinding maken met anderen. We zijn echt fucked by nature.   

 

We zijn zo ingesteld om ons te verbinden met anderen. Dat is evolutionair zo geregeld, zodoende vormden we sterke gemeenschappen en hadden we meer kans om te overleven. Superslim dus. Maar we zijn als mens ook zo geprogrammeerd, dat we zo goed mogelijk nageslacht op de wereld willen zetten. Dit betekent dat je letterlijk niet al je eieren in 1 mandje legt, neen, je moet je kansen spreiden wil je het meeste succes hebben en The Next Best Uber Mensch voortbrengen. Als kersverse ouders een paar jaar samenbleven en dus op elkaar konden bouwen, betekende dat ook dat de kans groot was dat hun kroost overleefde. Als een kindje een jaar of 4, 5 is, werden ze zelfstandiger en konden de ouders verder met ‘kansen spreiden’.

 

Fast forward naar 2019 in de Westerse wereld. De tijd en plek waarin we vele treden van de Maslow Pyramide overwonnen hebben. We hebben eten, we hebben veiligheid, we hebben een dak boven ons hoofd. We hebben vriendschappen, familie, en relaties. We hebben dus alle tijd voor zelfontplooiing. Tijd om lekker gelukkig te worden. Tijd om de beste versie van jezelf te worden. Tijd om je te bezinnen. Tijd om een volmaakt mens te worden. Halleluja.

 

We hebben geen ‘levens’ zorgen meer. Dus maken we ons zorgen om onszelf. Om onze plek in de maatschappij. Om de zin van dit lullige bestaan. En wat doen we dan? Dan gaan we op zoek naar redding***. Want wie komt ons redden van dit knagende gevoel? Juist, ‘de ander’. We zoeken een partner die ons komt redden, die ons alle antwoorden geeft op deze moeilijke (en wellicht niet te beantwoorden) vragen. De ander die ons een compleet mens zal maken. 

 

Maar die ander is net zo’n dwaas als jij, zoekende naar antwoorden en zingeving. En nu leg je ook nog eens al jouw wensen, hopen, dromen en verwachtingen bij die ander neer. We moeten als mens dus niet alleen onszelf compleet maken, maar ook de ander. 

 

De verwachtingen zijn hoog. Niet alleen de verwachtingen die we van onszelf en onze partner hebben, maar ook die ‘men’ van ons heeft. We hebben een ideaal plaatje geschetst afgelopen honderden jaren (en dit zal ongetwijfeld een – ik denk – sociaal voordeel hebben gehad) van de ‘happily ever after’ en voor altijd verliefd en gelukkig bij elkaar blijven. Dit is vrijwel niet waar te maken. En wat krijgen we dan? Teleurstelling. 

 

Eeuwig een kwijlende bek vol met hoop, druipend over onze kinnen****, stappen we relaties in. Om er uiteindelijk achter te komen dat de ander net zo onvolmaakt is als wij, net zo zoekende als wij, en ons helemaal niet kan helpen. Gaandeweg trekken we stilletjes onze conclusie, en vervreemden we van elkaar. Op een dag word je wakker, draai je je om, en vraag je je af wie in godsnaam dat mensje is dat naast je ligt. 

 

Conclusie? Die heb ik niet. Die is er niet. Denk ik. Er is geen antwoord, geen oplossing, geen heilige graal, geen code om te kraken. Ik ben net zo’n sucker for love als ieder ander. 

 

Ik kan goed alleen zijn. Heb geleerd om keihard te vallen. Geleerd te missen. Zelfstandig te zijn. Keuzes te maken voor wat voor mij goed voelt. Beslissingen te nemen vanuit mezelf en mijn wensen geredeneerd. Best een autonoom mensje ben ik dus geworden. Vind ik zelf dan. 

 

Maar ook ik hunker soms enorm naar grote sterke armen om me heen. Naar iemand die me troost. Naar iemand die lacht om mijn grapjes en ’s avonds laat rijdt als het donker is. Naar iemand die een kop thee zet en mijn kruik klaarmaakt. Naar iemand die zaterdag ochtend met mij de krant wil lezen en wil lachen om alle gekkigheid in de wereld.

 

We willen graag samensmelten met onze geliefde. Maar 2 individuen die samen 1 worden, maakt dat er maar twee halve individuen overblijven. Dus, zoeken naar een ander die jou compleet maakt, is voor de helft jezelf verliezen.

 

Er is niks fijner dan krankzinnige verliefdheid. Ik hoop het nog een keer mee te mogen maken. Met huid en haar erin. Vol overgave. Mezelf voor de helft verliezen, omdat het kan. Maar: met een iniminie beetje meer wijsheid dan voorheen. 

 

En tot die tijd, sta ik aan wal alle stuurlui op het schip aan te moedigen. 

 

Doei!

 

*iemand die me zijn onverdeelde aandacht geeft, me oneindig koestert, die aan 2 woorden genoeg heeft, me aan het lachen maakt, maar me vooral ook lekker met rust laat.

**ik hoop dat iedereen die niet blij is in zijn relatie, de moed heeft er wat aan te doen. Wat dat ook moge zijn. Blijven zitten en de andere kant op kijken is misschien veiliger en minder eng, maar dat gaat aan je vreten. 
***volgens mij zoeken we niet alleen naar redding door middel van relaties, maar we maken onszelf ook gek met sport, voeding, yoga, meditatie: alles om maar die verlichte staat van zijn te bereiken en ‘alles eruit te halen’ wat erin zit in dit leven. 

****zin uit het geweldige boek ‘Max, Mischa en het Tet-offensief’.

Write a comment

Comments: 0